MijnDossier
← Alle gesprekken
E-mail13 berichten

Klachten over de behandeling door BBT

Informatie Rijksoverheid, Lenny Reesink, Ministerie van Financiën

Jan-Hein van Asseldonk

jhvanasseldonk@protonmail.ch

Aan: Ministerie van Financiën <ministerie@minfin.nl>

Onderwerp: Formele klacht: handelen Belangenbehartiger Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (BBT)

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij dien ik een formele klacht in op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over de wijze waarop de Belangenbehartiger Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (BBT) in mijn dossier heeft gehandeld.

Mijn naam is Jan-Hein van Asseldonk. Mijn e-mailadres is jhvanasseldonk@protonmail.ch. Ik verzoek om communicatie uitsluitend per e-mail.

Deze klacht ziet op het handelen van medewerkers van de BBT, in ieder geval mevrouw Hayde Zarkeshan, mevrouw Dalí Tsjazjajeva en de heer Paul Frencken, in de periode van eind december 2025 tot begin februari 2026.

Ik heb BBT benaderd in een ernstige crisissituatie. Ik loop al jaren vast in een Belastingdienst-dossier en kan uitsluitend met een vooraf vastgelegd, voorspelbaar en de-escalerend proces veilig naar Nederland terugkeren en mij inschrijven in de BRP. Ik heb daarbij expliciet aangegeven dat direct en ongekaderd contact met de Belastingdienst bij mij leidt tot ernstige psychische ontregeling. Mijn hulpvraag was daarom niet gericht op een inhoudelijke fiscale oplossing, maar op procesveiligheid: rust, schriftelijkheid, één aanspreekpunt en het voorkomen van escalatie.

Juist daarom heb ik mij tot BBT gewend. BBT profileert zich publiekelijk als belangenbehartiger voor burgers die vastlopen bij de Belastingdienst en Toeslagen, met een gids- en regierol in complexe en kwetsbare situaties. Op basis van die positionering mocht ik extra zorgvuldigheid, voortvarendheid en duidelijke regie verwachten.

Relevant is dat de Nationale ombudsman mij op 29 december 2025 heeft bericht dat Team Stella bereid was mijn klacht op te pakken, dat communicatie per e-mail mogelijk was, dat coulance met termijnen mogelijk was en dat voorlopig uitstel van betaling binnen de Stella-casus mogelijk was. Tegen die achtergrond mocht ik verwachten dat BBT dit voortvarend en regievoerend zou concretiseren.

In de praktijk is dat niet gebeurd. BBT heeft structureel nagelaten om mijn herhaaldelijk gestelde, minimale en logische vragen inhoudelijk te beantwoorden. Ik heb meerdere keren gevraagd wat er concreet is ondernomen richting Belastingdienst en Team Stella, welke stappen zijn gezet en waarom bepaalde routes wel of niet zijn benut. In plaats daarvan ontving ik algemene formuleringen zonder feitelijke transparantie.

Daarnaast heeft BBT uiteindelijk gesteld dat 'de oplossing vanuit de Belastingdienst moet komen', terwijl mijn kernvraag juist ging over een veilig en werkbaar proces. Door mij feitelijk terug te verwijzen naar direct contact met de Belastingdienst, zonder vooraf vastgestelde randvoorwaarden, miskent BBT mijn kwetsbaarheid én haar eigen rol als belangenbehartiger.

Verder is er onredelijke procedurele druk ontstaan doordat ik werd gevraagd om toestemming te geven voor overdracht naar Team Stella, terwijl geen duidelijkheid werd gegeven over wat er tot dan toe was gedaan, wat er zou gebeuren na overdracht en onder welke de-escalerende randvoorwaarden. Dit plaatst mij procedureel klem en is in een crisissituatie niet zorgvuldig.

Ook is een door de Belastingdienst gesuggereerde richting (bewindvoering) aan mij doorgegeven zonder zichtbare zelfstandige toetsing of duiding, terwijl mijn hulpvraag juist gericht was op de-escalatie en procesveiligheid vóór terugkeer en inschrijving.

Tot slot heb ik expliciet gevraagd hoe ik formeel kon klagen over het handelen van BBT, maar hierover geen duidelijke of toegankelijke informatie ontvangen.

Ik verzoek u om deze klacht formeel in behandeling te nemen, mij schriftelijk te informeren over de uitkomst en daarbij in te gaan op de hierboven geschetste gedragingen. Tevens verzoek ik om een feitelijke reconstructie van de door BBT gezette stappen in mijn dossier en om aan te geven welke verbetermaatregelen worden getroffen om herhaling te voorkomen.

Informatie Rijksoverheid

noreply@informatierijksoverheid.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Re: Uw e-mail aan Informatie Rijksoverheid

Bedankt voor uw e-mail.

Afhankelijk van de aard en inhoud van uw bericht kunt u binnen twee werkdagen een reactie tegemoet zien.

Informatie Rijksoverheid

noreply@informatierijksoverheid.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Uw e-mail aan Informatie Rijksoverheid

Uw kenmerk is EM2978656.

Goedemorgen,

Hieronder volgt een reactie op uw e-mail waarin u een klacht wilt indienen over de wijze waarop de Belangenbehartiger Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (BBT) in uw dossier heeft gehandeld. Wat vervelend.

Ik kan niet ingaan op uw persoonlijke situatie. Heeft u een klacht over een overheidsinstantie? Bijvoorbeeld de Belastingdienst? Dan kunt u een klacht indienen bij de betreffende instantie. Op de website van de instantie staat hoe u een klacht kunt indienen. U kunt ook bellen met de instantie en vragen hoe u een klacht kunt indienen.

Niet tevreden over de afhandeling van de klacht Heeft u een klacht over een overheidsinstantie, maar reageert die niet op uw klacht? Of vindt u dat de afhandeling van uw klacht te lang duurt? Dan kunt u gratis de Nationale Ombudsman inschakelen.

Ik vertrouw erop u zo voldoende geïnformeerd te hebben en wens u een fijne dag.

Informatie Rijksoverheid

noreply@informatierijksoverheid.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Re: Uw e-mail aan Informatie Rijksoverheid

Bedankt voor uw e-mail.

Afhankelijk van de aard en inhoud van uw bericht kunt u binnen twee werkdagen een reactie tegemoet zien.

Informatie Rijksoverheid

noreply@informatierijksoverheid.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Uw e-mail aan Informatie Rijksoverheid

Uw kenmerk is EM2979766.

Goedemiddag,

Hierna volgt een reactie op uw bericht waarin u aangeeft dat uw eerdere klacht over het handelen van de Belangenbehartiger Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (BBT) niet volgens de juiste procedure is behandeld en u verzoekt om deze alsnog als formele klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht in behandeling te nemen. Ik begrijp dat dit voor u een vervelende situatie is, zeker wanneer u het gevoel heeft dat uw klacht niet op de juiste wijze is opgepakt.

Klachten over onderdelen van de Rijksoverheid dienen via de klachtenprocedure van het betreffende ministerie ingediend te worden. De BBT is echter geen organisatorisch onderdeel van het Ministerie van Financiën en valt daarom niet onder de formele klachtenregeling van het ministerie. Om die reden kan het ministerie uw klacht niet als een formele klacht in de zin van hoofdstuk 9 Awb behandelen of doorgeleiden.

U kunt uw klacht daarom het beste eerst in bij de organisatie zelf, via de interne klachtenprocedure van de BBT indienen. Indien u er samen niet uitkomt, kunt u zich wenden tot de Nationale ombudsman, die klachten behandelt over organisaties die publieke taken uitvoeren. Op basis van deze informatie wordt uw bericht niet doorgestuurd naar het Ministerie van Financiën, omdat dit ministerie niet het bevoegde bestuursorgaan is om klachten over de BBT in behandeling te nemen. Om u op weg te helpen stuur ik u met dit bericht de contactgegevens van de Nationale Ombudsman.

* Contact met de Nationale Ombudsman Tel. 0800 - 335 55 55 Website: https://www.nationaleombudsman.nl/contact-en-adres

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Informatie Rijksoverheid

noreply@informatierijksoverheid.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Re: Uw e-mail aan Informatie Rijksoverheid

Bedankt voor uw e-mail.

Afhankelijk van de aard en inhoud van uw bericht kunt u binnen twee werkdagen een reactie tegemoet zien.

Informatie Rijksoverheid

noreply@informatierijksoverheid.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Uw e-mail aan Informatie Rijksoverheid

Uw kenmerk is EM2980726.

Goedemiddag,

Hieronder volgt een reactie op uw e-mails, waarin u een klacht heeft over het handelen van de Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden.

Naar aanleiding van uw meest recente bericht hebben wij nogmaals naar uw eerdere berichten en de door ons gegeven antwoorden gekeken. Wij hebben daarop besloten om uw berichten door te sturen naar het Ministerie van Financiën. Zij nemen uw klacht in behandeling. Excuses dat uw bericht eerder niet juist is afgehandeld.

Ik hoop u hiermee van dienst te zijn geweest en wens u een fijne dag.

Lenny Reesink

a.h.reesink@minfin.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Bevestiging klacht

Geachte heer Van Asseldonk,

Hierbij bevestig ik de door u ingediende klacht. In bijgevoegde brief staat meer informatie over het verdere proces.

Mocht u nog vragen hebben dan hoor ik dat graag.

Lenny Reesink

a.h.reesink@minfin.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Hoorzitting

Geachte heer Van Asseldonk,

Hierbij wil ik u informeren over het recht om uw klacht tijdens een hoorzitting nader mondeling toe te lichten. Meer informatie vindt u in bijgevoegde brief.

Lenny Reesink

a.h.reesink@minfin.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Oordeel klacht

Geachte heer Van Asseldonk,

Als bijlage ontvangt U de brief met het oordeel over uw klacht.

Jan-Hein van Asseldonk

jhvanasseldonk@protonmail.ch

Aan: Lenny Reesink <a.h.reesink@minfin.nl>

Onderwerp: Oordeel klacht

Geachte mevrouw Reesink,

Dank voor uw brief van 16 april 2026 met het oordeel over mijn klacht, referentie 2026-0000133722.

Naar aanleiding van dat oordeel dien ik hierbij een aanvullende klacht in, althans verzoek ik om herbeoordeling of aanvulling van het klachtoordeel op een punt dat naar mijn mening onvoldoende zelfstandig is beoordeeld.

Mijn eerdere klacht zag vooral op het concrete verloop van de behandeling: het uitblijven van beantwoording, het gebrek aan transparantie, de terugverwijzing naar Belastingdienst/Stella, de procedurele klem rond toestemming voor overdracht, de bewindvoeringssuggestie en het ontbreken van een toegankelijke klachtenroute.

Deze aanvullende klacht ziet op de onderliggende kernvraag die in uw oordeel onvoldoende is uitgewerkt:

heeft BBT in mijn dossier daadwerkelijk gehandeld als belangenbehartiger met fiscale en juridische expertise, of vooral als doorgeleider naar de Belastingdienst/Stella?

Die vraag is voor mij wezenlijk, omdat ik mij niet tot BBT heb gewend als algemeen loket of verwijsfunctie. Ik heb mij tot BBT gewend omdat BBT zich naar naam, positionering en communicatie presenteert als belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden die vastlopen. Juist daardoor mocht ik verwachten dat mijn hulpvraag niet alleen procedureel zou worden doorgeleid, maar professioneel zou worden vertaald naar een passende rechtsbeschermingsroute.

Mijn concrete noodvraag was: kan ik veilig terugkeren naar Nederland en mij inschrijven in de BRP zonder dat dit direct leidt tot invorderingsdruk, dreigende brieven, termijnen of escalatie? Ik vroeg om voorspelbaarheid, schriftelijke communicatie, één aanspreekpunt, tijdelijke rust rond invordering en bescherming tegen nieuwe termijndruk.

Ik begrijp dat BBT niet zelf bevoegd is om namens de Belastingdienst invorderingsrust te garanderen of besluiten te wijzigen. Dat is echter niet de kern van mijn klacht. De kern is dat BBT mijn noodvraag niet zichtbaar heeft vertaald naar de juridische en fiscale vragen die daaronder lagen.

Van een organisatie die zich presenteert als belangenbehartiger met fiscale en juridische expertise mocht worden verwacht dat zij ten minste zichtbaar zou onderkennen en beoordelen:

welke fiscale, invorderingsrechtelijke en bestuursrechtelijke interventies nodig en mogelijk waren om verdere schade en escalatie te voorkomen;

of tijdelijke invorderingsrust, uitstel van betaling, termijncoulance, boetematiging, ambtshalve vermindering, kwijtschelding, heroverweging of andere de-escalerende instrumenten aan de orde waren;

of de Belastingdienst concreet en gemotiveerd moest onderbouwen waarom een tijdelijk beschermingskader niet mogelijk zou zijn;

of de voorgestelde route via Stella in mijn specifieke situatie daadwerkelijk veilig en passend was;

of mijn kwetsbaarheid, autisme, langdurige ontregeling, gebrek aan BRP-inschrijving en ontbreken van toegang tot zorg en rechtsbijstand aanleiding gaven tot afwijkende procesafspraken of redelijke aanpassingen;

of het advies “bewindvoerder” mijn rechtspositie kon verzwakken doordat het probleem werd geframed als individueel onvermogen, terwijl juist de rechtmatigheid, proportionaliteit en herkomst van de schuldpositie ter discussie stonden.

Mijn klacht is dus niet dat BBT al deze punten zelf had moeten beslissen. Mijn klacht is dat BBT niet zichtbaar heeft gedaan wat een belangenbehartiger in zo’n dossier wél behoort te doen: de relevante rechtsvragen herkennen, expliciet maken, juridisch duiden, de Belastingdienst gericht bevragen, om onderbouwing vragen en zo nodig een eigen positie innemen of escaleren.

In uw oordeel wordt erkend dat mijn vragen niet of onvoldoende concreet zijn beantwoord, dat verkeerde verwachtingen zijn gewekt over wat BBT voor mij kon betekenen, dat ik onvoldoende specifieke terugkoppeling kreeg over door BBT ondernomen stappen, dat de klachtenprocedure niet toegankelijk was en dat de bewindvoeringssuggestie onvoldoende zichtbaar zelfstandig is getoetst op passendheid en proportionaliteit.

Die erkenningen zijn belangrijk. Maar de conclusie blijft naar mijn mening te beperkt. De tekortkomingen worden vooral behandeld als communicatieproblemen, verwachtingsmanagement en bevoegdheidsafbakening. Daarmee blijft de hoofdvraag buiten beeld: of BBT in mijn dossier daadwerkelijk als belangenbehartiger heeft gehandeld.

Dat onderscheid is essentieel, want een belangenbehartiger behoort niet enkel te vragen wat de Belastingdienst bereid is te doen, maar ook zelfstandig te beoordelen of het kader van de Belastingdienst zelf wel het juiste kader is. Juist in een dossier waarin eerdere hulpvragen, bezwaren en klachtachtige signalen jarenlang niet of onvoldoende zijn opgepakt - waarbij Stella in eerdere correspondentie met mijn moeder ook heeft onderkend dat eerdere signalen niet passend zijn opgevolgd - en waarin bovendien sprake is van ernstige kwetsbaarheid, langdurige ontregeling, ontbreken van BRP-inschrijving, ontbreken van toegang tot zorg en rechtsbijstand, en een concrete vraag om veilige terugkeer, mocht worden verwacht dat BBT zichtbaar toetste of de gebruikelijke route via Belastingdienst/Stella in mijn specifieke situatie voldoende bescherming bood.

De concrete richting die uiteindelijk zichtbaar werd, bestond uit bewindvoering en overdracht naar Belastingdienst/Stella zonder vooraf geborgd beschermingskader. In mijn situatie waren dat geen neutrale opties.

Nogmaals: bewindvoering kon mijn probleem herframen als individueel onvermogen, terwijl juist de rechtmatigheid, proportionaliteit en herkomst van de schuldpositie ter discussie stonden, althans vanuit het perspectief van belangenbehartiging hadden moeten worden onderzocht. Onbeschermde overdracht naar Belastingdienst/Stella betekende dat ik opnieuw terechtkwam bij de instantie waartegen ik juist bescherming vroeg en waarvan eerdere interacties voor mij aantoonbaar ontregelend waren geweest.

Van BBT had daarom mogen worden verwacht dat zij dit risico zelfstandig zou onderkennen en expliciet zou wegen. Niet omdat BBT de bevoegdheid had om de Belastingdienst te overrulen, maar omdat BBT als belangenbehartiger juist hoort te voorkomen dat een kwetsbare burger zonder bescherming wordt teruggeleid naar het systeem waarin hij is vastgelopen.

Daarbij speelt ook het hybride karakter van BBT een rol. BBT presenteert zich als belangenbehartiger, maar functioneert binnen of dicht op het Ministerie van Financiën en met korte lijnen naar de Belastingdienst. Dat model kan alleen geloofwaardig werken als in individuele dossiers zichtbaar zelfstandig wordt getoetst en niet slechts het kader van de Belastingdienst wordt doorgegeven. In mijn dossier is juist een door de Belastingdienst aangedragen richting - bewindvoering - aan mij doorgegeven zonder kenbare zelfstandige toetsing op passendheid en proportionaliteit. Dat onderdeel is in uw oordeel gedeeltelijk gegrond verklaard. Voor mij illustreert dit echter het bredere probleem: BBT heeft onvoldoende zichtbaar een eigen, belangenbehartigende positie ingenomen.

Als BBT feitelijk niet aan de kant van de burger kán staan zoals een burger dat bij de naam “Belangenbehartiger” redelijkerwijs mag verwachten, dan moet dat vanaf het eerste contact ondubbelzinnig worden uitgelegd. Dan moet duidelijk worden gezegd dat BBT geen juridische vertegenwoordiger is, geen beschermingskader kan afdwingen, geen invorderingsrust kan regelen en in bepaalde situaties vooral zal doorgeleiden naar bestaande voorzieningen binnen de Belastingdienst. Juist in mijn dossier is erkend dat die duidelijkheid te laat en onvoldoende is gegeven.

Dat maakt de tekortkoming ernstiger dan enkel gebrekkig verwachtingsmanagement. Bij een kwetsbare burger die juist door eerdere overheidsinteractie ernstig ontregeld is geraakt, kan het wekken van bescherming en vervolgens niet waarmaken daarvan ernstige schade veroorzaken. Voor mij is dat ook gebeurd. BBT was voor mij niet zomaar een extra loket. Door haar naam, publieke positionering en de eerste communicatie ontstond bij mij de verwachting dat ik eindelijk fiscale en juridische deskundigen aan mijn kant zou krijgen die mijn positie konden beschermen.

Het vervolg heeft dat laatste vertrouwen juist verder afgebroken.

Daarbij komt dat deze publieke positionering niet alleen theoretisch is gebleven. Nadat mijn dossier bij BBT bekend was en nadat duidelijk was dat in mijn dossier ernstige kritiek bestond op de feitelijke rolvervulling van BBT, is BBT publiekelijk verder geprofileerd op een wijze die opnieuw hoop en verwachtingen wekt bij kwetsbare en vastgelopen burgers en bij hulpverleners.

Ik doel onder meer op publicaties en interviews in maart 2026, waaronder de publicatie bij SRA en de SAM-publicatie “De Belangenbehartiger: voor een rechtwaardige behandeling”. In die communicatie wordt BBT gepresenteerd als een onafhankelijke belangenbehartiger die burgers en ondernemers in vastgelopen zaken helpt, regie brengt, rechtwaardige oplossingen zoekt en uitvoerend professionals kan helpen wanneer belasting- of toeslagenzaken vastlopen.

Mijn bezwaar is niet dat BBT publiekelijk uitlegt wat zij beoogt te doen. Mijn bezwaar is dat deze rooskleurige en hoopgevende profilering is voortgezet terwijl BBT inmiddels wist, of in elk geval had moeten weten, dat in mijn concrete dossier juist fundamenteel werd betwist of BBT die rol feitelijk had waargemaakt. Ook uit uw klachtoordeel blijkt immers dat bij mij verkeerde verwachtingen zijn gewekt, dat mijn vragen onvoldoende concreet zijn beantwoord, dat ik onvoldoende specifieke terugkoppeling kreeg over de door BBT ondernomen stappen, dat de klachtenroute feitelijk niet toegankelijk was en dat de bewindvoeringssuggestie onvoldoende kenbaar zelfstandig is getoetst.

Juist daarom raakt deze publieke profilering aan mijn aanvullende klacht. Als BBT in concrete dossiers, zoals het mijne, uiteindelijk vooral doorverwijst naar Belastingdienst/Stella omdat zij zelf geen besluiten kan nemen en geen beschermingskader kan afdwingen, dan moet dat in publieke communicatie veel duidelijker worden gemaakt. Anders ontstaat bij burgers en hulpverleners opnieuw de verwachting dat BBT materiële fiscaal-juridische belangenbehartiging biedt, terwijl in de praktijk mogelijk slechts doorgeleiding, monitoring of procesmatige afstemming plaatsvindt.

Dat is temeer relevant omdat dit klachtoordeel is ondertekend door - als ik mij niet vergis - het afdelingshoofd Strategie, Communicatie en Onderzoek van BBT. Ik verwijt u persoonlijk niet zonder bewijs dat u specifieke publicaties heeft goedgekeurd. Wel maakt uw rol duidelijk dat de verhouding tussen klachtbeoordeling, publieke communicatie en verwachtingsmanagement niet los van elkaar kan worden gezien. Een organisatie die erkent dat zij bij een kwetsbare burger verkeerde verwachtingen heeft gewekt, moet vervolgens extra zorgvuldig zijn met publieke communicatie die bij vergelijkbare burgers en hulpverleners opnieuw hoge verwachtingen wekt.

Ik klaag daarom aanvullend over het volgende;

Ten eerste klaag ik dat BBT in mijn dossier onvoldoende zichtbaar heeft gehandeld als zelfstandige fiscaal-juridische belangenbehartiger. BBT heeft onvoldoende zichtbaar mijn noodvraag vertaald naar de onderliggende rechtsbeschermingsvragen en onvoldoende zichtbaar onderzocht welke juridische, fiscale en invorderingsrechtelijke routes beschikbaar waren om verdere schade te voorkomen.

Ten tweede klaag ik dat BBT onvoldoende zichtbaar heeft beoordeeld of doorverwijzing naar Team Stella in mijn specifieke situatie een passende en veilige voorliggende voorziening was. Dat Team Stella formeel een voorliggende voorziening kan zijn, betekent nog niet dat onbeschermde overdracht in mijn concrete dossier zorgvuldig, evenredig en veilig was.

Ten derde klaag ik dat BBT onvoldoende zichtbaar heeft voorkomen dat haar korte lijnen met de Belastingdienst ertoe leidden dat het kader van de Belastingdienst feitelijk leidend werd. Juist van BBT mocht worden verwacht dat zij zelfstandig toetste of dat kader recht deed aan mijn situatie en rechtspositie.

Ten vierde klaag ik dat het klachtoordeel van 16 april 2026 de gegrond verklaarde onderdelen te smal kwalificeert. De erkende tekortkomingen - verkeerde verwachtingen, onvoldoende beantwoording, onvoldoende terugkoppeling en onvoldoende toetsing van bewindvoering - wijzen niet slechts op communicatiegebreken, maar op een fundamenteler probleem in de rolvervulling van BBT in mijn dossier.

Ten vijfde klaag ik over de wijze waarop in mijn dossier is omgegaan met mijn verzoek om transparantie over BBT’s eigen procesvoering. Ik heb expliciet gevraagd om inzicht in of uitleg over de communicatie tussen BBT en Belastingdienst/Stella en gevraagd of dit via een Woo-verzoek moest worden verkregen. Daarop is namens BBT meegedeeld dat inzage niet mogelijk was wegens fiscale geheimhouding. Mijn vraag zag echter niet uitsluitend op fiscale gegevens, maar ook op BBT’s eigen procesvoering: met wie contact was geweest, welke vragen waren gesteld, welke stappen waren gezet, welke route werd gevolgd en wat de status was. Voor zover fiscale gegevens niet konden worden gedeeld, had onderscheid moeten worden gemaakt tussen af te schermen fiscale gegevens en feitelijke informatie over BBT’s eigen handelen. Een categorisch antwoord dat inzage niet mogelijk was wegens fiscale geheimhouding heeft mijn informatiepositie verzwakt.

Ten zesde klaag ik over de publieke positionering van BBT voor zover die bij kwetsbare en vastgelopen burgers verwachtingen wekt die BBT in de praktijk niet kan of niet wil waarmaken. Als BBT in individuele dossiers vooral doorgeleidt naar bestaande voorzieningen binnen de Belastingdienst, moet dat publiekelijk en in individuele communicatie veel scherper worden uitgelegd. Anders ontstaat het risico dat burgers en hulpverleners verwachten dat BBT materiële fiscaal-juridische rechtsbescherming biedt, terwijl in de praktijk slechts procedurele doorgeleiding of monitoring plaatsvindt.

Ten zevende klaag ik dat BBT, nadat zij bekend was met mijn dossier en met de daarin ontstane kritiek op haar feitelijke rolvervulling, publiekelijk is doorgegaan met hoopgevende profilering zonder zichtbaar te corrigeren of te nuanceren welke verwachtingen burgers en hulpverleners redelijkerwijs aan BBT mogen ontlenen. Juist nadat in mijn dossier verkeerde verwachtingen waren gewekt, had BBT in haar publieke communicatie extra zorgvuldig moeten zijn om nieuwe of vergelijkbare misverstanden te voorkomen.

Ik verzoek u deze aanvullende klacht formeel in behandeling te nemen en specifiek te beoordelen:

of BBT in mijn dossier voldoende zichtbaar heeft gehandeld als fiscaal-juridisch belangenbehartiger, en niet slechts als doorgeleider of monitor;

of BBT mijn hulpvraag professioneel had moeten vertalen naar een rechtsbeschermingsstrategie, juist omdat ik als kwetsbare burger niet zelf kon weten welke fiscale, bestuursrechtelijke of invorderingsrechtelijke route passend was;

welke concrete fiscaal-juridische analyse BBT in mijn dossier heeft verricht, of waarom daarvan is afgezien;

of BBT had moeten beoordelen of ruimte bestond voor ambtshalve vermindering, boetematiging, uitstel van betaling, kwijtschelding, invorderingsrust, termijncoulance, heroverweging of andere de-escalerende instrumenten;

of BBT had moeten onderkennen dat bewindvoering en onbeschermde overdracht naar Belastingdienst/Stella in mijn dossier geen neutrale opties waren, maar mijn rechtspositie konden verzwakken;

of BBT had moeten beoordelen of Team Stella in mijn concrete situatie werkelijk een veilige en passende voorliggende voorziening was;

of BBT voldoende heeft voorkomen dat haar korte lijnen met de Belastingdienst in mijn dossier feitelijk leidden tot het overnemen van het kader van de Belastingdienst;

of BBT’s publieke communicatie en profilering voldoende duidelijk maken wat BBT feitelijk wel en niet kan doen;

of BBT, na kennisneming van mijn dossier en mijn kritiek, zorgvuldig heeft gehandeld door in maart 2026 publiekelijk door te gaan met hoopgevende profilering zonder duidelijk zichtbaar te maken waar de feitelijke grenzen van BBT liggen;

of het beroep op fiscale geheimhouding in reactie op mijn verzoek om procesinzicht juist en volledig was, gelet op het onderscheid tussen fiscale gegevens en feitelijke informatie over BBT’s eigen procesvoering;

of het oordeel van 16 april 2026 voldoende recht doet aan de ernst van de gevolgen voor mij, gelet op het feit dat BBT voor mij juist de instantie was waarvan ik mocht verwachten dat mijn belangen daadwerkelijk fiscaal-juridisch zouden worden beschermd.

Ik verzoek u deze aanvullende klacht te laten behandelen door iemand die niet betrokken is geweest bij mijn dossier, het eerdere klachtoordeel of de communicatie/positionering van BBT waarop deze aanvullende klacht mede ziet.

Indien u meent dat deze klacht niet binnen de interne klachtprocedure kan worden behandeld, verzoek ik u dat expliciet en gemotiveerd te bevestigen.

Lenny Reesink

a.h.reesink@minfin.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Ontvangstbevestiging klacht en afhandeltermijn

Geachte heer Van Asseldonk,

Als bijlage ontvangt U de ontvangstbevestiging klacht en afhandeltermijn.

Lenny Reesink

a.h.reesink@minfin.nl

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <jhvanasseldonk@protonmail.ch>

Onderwerp: Beantwoording klacht

Geachte heer Van Asseldonk,

Als bijlage ontvangt U de beantwoording op uw klacht.